De Indicatieve Tabel 2024 in de praktijk
Zes vaststellingen uit 125 uitspraken: waar rechters de tabel volgen, ervan afwijken en waarom
Door Laurens Wissels · · ± 7 min lezen

In december 2024 verscheen de nieuwe Indicatieve Tabel, met onder meer een drie keer hogere puntwaarde voor blijvende schade. We zetten zes vaststellingen uit 125 uitspraken op een rij, van tabelkeuze tot rente. Daarna lichten we een vonnis van de politierechtbank van Sint-Niklaas uit, die IT 2024 volledig toepast maar de rente verlaagt.
In 30 seconden
- ≈ 46 van 93
- De helft past IT 2024 toe; wie IT 2020 wil, voert aan dat de schade al vaststond vóór december 2024.
- × 1,25 i.p.v. × 3
- Antwerpse kamers begroten blijvende schade op IT 2020 plus inflatie: zo’n 40 % van het IT 2024-bedrag.
- 10 tegen 10
- Tien uitspraken verlagen de rente op geactualiseerde bedragen, tien andere kennen uitdrukkelijk de volle wettelijke rente toe.
- 4 uitspraken
- Wie te lang wacht met dagvaarden, kan als sanctie de oude tabel krijgen: op blijvende schade een factor drie.
- 0 × het maximum
- Bij overlijden landen rechters onderaan of in het midden van de vork; wie meer vraagt, moet de affectieve band bewijzen.
- 27–30 i.p.v. 32 euro
- Wie kapitaliseert, discussieert over het dagbedrag: rechters verlagen het, wat bij zware schade tienduizenden euro’s scheelt.
De dataset en onze werkwijze
We onderzochten 125 unieke uitspraken uit de Solstice-databank, van maart 2023 tot juni 2026. Het zwaartepunt ligt na de publicatie van IT 2024: 93 uitspraken dateren uit 2025–2026, 32 uit 2023–2024.
| Instantie | Uitspraken |
|---|---|
| Politierechtbank | 73 |
| Rechtbank van eerste aanleg (deels in hoger beroep) | 43 |
| Hof van beroep | 7 |
| Vredegerecht | 2 |
| Totaal | 125 |
Bijna alle uitspraken komen uit Vlaanderen en gaan over verkeersongevallen; cassatierechtspraak zit er niet bij.
Werkwijze. We lazen elke uitspraak volledig en telden wat de rechter beslist, niet wat partijen aanvoeren. De tellingen zijn benaderend, met een marge van enkele zaken. Citaten zijn letterlijk.
Reikwijdte. De cijfers beschrijven dit corpus, niet “de Belgische rechtspraak”.
1De standaard is IT 2024, tenzij de schade al vaststond
- IT 2024 (volledig of in hoofdzaak)≈ 46
- IT 2020 behouden≈ 18
- Splitsing: IT 2024 tijdelijk, IT 2020 + x % blijvend≈ 9
- Ex aequo, geen keuze≈ 6
- Tabelkeuze niet aan de orde≈ 14
Bron: Solstice-corpus, eigen lezing van de volledige uitspraken. Aantallen zijn benaderend (± enkele zaken).
In 2023–2024 noemde de rechter de versie van de tabel zelden. Vandaag is de versie een apart twistpunt.
De meerderheid kiest IT 2024. De rechter begroot de schade op de dag van de uitspraak, en de tabel is “geen wet met de daaraan verbonden inwerkingtreding” (Rb. Dendermonde).
De tegenlijn leunt op Cass. 14 september 2018: de rechter mag begroten op het ogenblik dat de schade vaststond. In ongeveer 18 uitspraken blijft IT 2020 overeind: meestal omdat de schade al vaststond, soms als sanctie voor vertraging of zonder motivering.
2Antwerpen knipt de tabel in twee
Een aantal Antwerpse kamers stelt per schadepost één vraag: compenseert de verhoging alleen de inflatie, of meer dan dat?
- De schade stond vast bij de consolidatie. Lag die vóór december 2024, dan is IT 2020 de maatstaf.
- Inflatie inhalen mag. Een euro van 2020 koopt vandaag minder.
- Een nieuwe kijk op schade niet. IT 2024 is volgens deze kamers een nieuw feit: “het beïnvloedt niet de schade op zich, wel de manier waarop schade wordt begroot”.
Voor tijdelijke schade stijgt TPO van 28 naar 32 euro, of 14,29 %. De Antwerpse rechtbank zet daar 25,90 % inflatie tegenover. Volgens deze kamers is dat een gedeeltelijke inhaalbeweging, dus IT 2024 geldt.
De puntwaarde voor blijvende schade verdrievoudigt. Dat is volgens deze kamers “grotendeels (…) een nieuw inzicht inzake schadebegroting”. Dus blijft IT 2020, met een opslag van 20, 25 of 27 % voor de inflatie.
- IT 20203.060
- Antwerpse lijn (IT 2020 + 25 %)3.825
- IT 20249.180
Eigen berekening op basis van de puntwaarden die Pol. Sint-Niklaas (13.03.2026, 25A70) vermeldt: 765 euro per punt in IT 2020, 2.295 euro in IT 2024.
De opslag overbrugt maar een klein deel van de sprong. De kernzin staat letterlijk in vijf uitspraken: dat is één lijn die zich herhaalt, geen vijf onafhankelijke signalen. Turnhout, in hetzelfde arrondissement, doet het omgekeerde. Het hof van beroep in Antwerpen past in twee arresten IT 2024 toe.
3Volle tabel, lagere rente
Antwerpen verlaagt het bedrag. Andere rechters kennen het volle IT 2024-bedrag toe en verlagen de rente. Het probleem is hetzelfde.
Volgens deze rechters staan IT 2024-bedragen al op het prijspeil van vandaag. Maar ook de wettelijke rente dekt inflatie. Sint-Niklaas: “niet alleen het renteverlies, doch tevens het verlies aan koopkracht is inbegrepen in de wettelijke rentevoet”. Het nieuwe bedrag én de volle rente vergoeden de inflatie dus twee keer. Het hof van beroep in Gent spreekt van “een dubbele vergoeding”. Het trekt daarom 2 procentpunt af, uitdrukkelijk de “gemiddelde inflatie”, met een bodem van 1 of 2 %.
- Volle wettelijke rentevoet10
- Wettelijk min 2 pp (bodem 1 %)4
- Wettelijk min 2 pp (bodem 2 %)1
- Verlaagd schema per jaar2
- Vast 1 %1
- Vast 2 %1
- Vast 3,50 %1
Verlaagd: 10 uitspraken, waarvan 8 uit het rechtsgebied Gent. Bron: Solstice-corpus, eigen lezing.
In 2023–2024 kwam deze constructie niet voor. Acht van de tien verlagingen komen uit het rechtsgebied Gent, maar ook daar kiezen andere kamers voor de volle rente. Leuven zegt over actualisatie en rente: “Beide kunnen (én moeten zelfs) gelijktijdig worden toegepast”.
Opvallend: Gent en Kortrijk lezen hetzelfde cassatiearrest van januari 2026 (C.24.0486.N) in tegengestelde richting.
4Wie wacht, kan de oude tabel krijgen
In vier uitspraken krijgt het slachtoffer IT 2020 omdat het te lang wachtte. Drie daarvan komen uit het arrondissement Antwerpen. Beringen spreekt van iemand die “enigszins aan shoppen heeft gedaan”. Omgekeerd pleit laksheid van de verzekeraar voor IT 2024 (Gent) of voor het toekennen van rente (Beringen).
5De vork bij overlijden: de onderkant is de standaard
Voor ouder en kind citeren de uitspraken een vork van 15.000 tot 45.000 euro. Rechters landen aan de onderkant of hooguit in het midden. Een toekenning aan het maximum vonden we niet.
vork IT 2024: 15.000–45.000 euro
Donker = buiten de vork. Turnhout volgde de tabel niet. Basisbedrag vóór een eventuele aansprakelijkheidsverdeling. Bron: Solstice-corpus; vork zoals geciteerd in de uitspraken.
Wie het maximum vordert, loopt een risico. Tongeren noemt zo’n vordering een “klaarblijkelijke overwaardering” bij de begroting van de rechtsplegingsvergoeding. De vork is ook geen vloer. Ieper kent 7.500 euro toe aan een vader zonder contact sinds twintig jaar, omdat het minimum “nog altijd een minimum aan intensiteit van de affectieve band” veronderstelt.
6Kapitaliseren met IT 2024: de parameters schuiven
Bij een forfait vermenigvuldig je de punten met een bedrag per punt. Bij kapitalisatie reken je dagbedrag × 365 × percentage × coëfficiënt. De coëfficiënt hangt af van leeftijd, levensverwachting en rentevoet.
Neem het slachtoffer uit Sint-Niklaas: 4 % op 45 jaar. Kapitalisatie aan 32 euro, met een illustratieve coëfficiënt van 30, geeft:
| Forfait | Kapitalisatie | Verschil | |
|---|---|---|---|
| IT 2020 | 3.060 | ± 14.000 | ruim × 4,5 |
| IT 2024 | 9.180 | ± 14.000 | ± × 1,5 |
Onder IT 2020 was de keuze van de methode de hele strijd. Onder IT 2024 ligt het forfait veel dichter bij de kapitalisatie. Brugge kiest het forfait, juist omdat IT 2024 de bedragen “gevoelig” verhoogde. Het debat lijkt zo te verschuiven naar de parameters.
Vooral het dagbedrag. Rechters nemen 32 euro niet automatisch over: 29 en 27 euro bij het hof van beroep in Antwerpen, 30 euro bij het hof van beroep in Gent. De politierechtbank in Gent kapitaliseert 85 % BPO aan 28 euro, wat 381.794,36 euro oplevert. Aan 32 euro was dat ruim 54.000 euro meer geweest. Ook de rentevoet (0,5 tot 2 %) en de levensduurtabel verschillen.
Uitgelicht vonnis
Pol. Oost-Vlaanderen, afd. Sint-Niklaas, 13 maart 2026
3e kamer · rolnr. 25A70 · art. 29bis WAM
Een fietser met 4 % blijvende ongeschiktheid eist IT 2024; de verzekeraar biedt IT 2020 plus 20 %. De rechtbank past IT 2024 volledig toe, maar zet de vergoedende interest op 1 %.
De feiten
Een fietser wordt op 26 februari 2024 aangereden; de schade loopt via artikel 29bis WAM. Bij de consolidatie op 18 maart 2025 is het slachtoffer 45 jaar, met 4 % blijvende ongeschiktheid. Het ongeval valt vóór IT 2024, de consolidatie erna.
De verzekeraar betaalt op basis van IT 2020 plus 20 % en weigert meer; het slachtoffer dagvaardt voor het saldo van 8.043 euro. Volgens de verzekeraar is een verdrievoudiging onredelijk, moet de ongevalsdatum de tabel bepalen en zijn nieuwe bedragen plus volle rente overcompensatie.
Waarom de puntwaarde de kern is
Bij lichte blijvende letsels bepaalt de puntwaarde bijna het hele dossier. Hier zijn blijvende persoonlijke en huishoudelijke ongeschiktheid samen goed voor 15.147 euro, of 79 % van de totale schade. Een discussie over de puntwaarde is dus een discussie over het dossier.
Het verschil is groot. IT 2020 geeft voor dit slachtoffer 765 euro per punt, met 20 % opslag ongeveer 918 euro. IT 2024 geeft 2.295 euro. Het argument van de verzekeraar is eenvoudig: drie keer meer kan geen gewone aanpassing zijn.
De beslissing
De rechtbank vergelijkt niet alleen met 2020, maar met de hele reeks sinds 2004:
| Tabel | 2004 | 2008 | 2012 | 2016 | 2020 | 2024 |
|---|---|---|---|---|---|---|
| € per punt | 1.375 | 1.512 | 1.050 | 765 | 765 | 2.295 |
Dat verandert het beeld. In 2004 lag de puntwaarde al op 1.375 euro, in 2008 zelfs op 1.512 euro. Daarna daalde ze, en sinds 2016 stond ze stil op 765 euro. De rechtbank leest de sprong daarom als een achterstallige actualisatie, geen uitschieter:
“De vergelijking die verweerster maakt met de tabel van 2020 gaat dus niet op nu het bedrag van 765 euro reeds sinds 2016 gehanteerd wordt.”
De opslag van 20 % houdt volgens de rechtbank met maar één factor rekening, de langere levensduur. Ze wijst ook op de maatschappelijke opwaardering van huishoudelijke taken en vrije tijd, zoals ook in het advies van de Orde van Vlaamse Balies staat.
Over de tabelkeuze is de rechtbank kort: de schade wordt begroot op de dag van de uitspraak, en ook consolidatie en verslag dateren van na december 2024. Het slachtoffer krijgt het volle saldo (totaal 19.179,20 euro) en de verzekeraar draagt de kosten.
De correctie komt in de rente. Omdat de nieuwe bedragen al geactualiseerd zijn, zet de rechtbank de vergoedende interest op 1 % in plaats van de wettelijke rentevoet:
“De rechtbank beslist om de vergoedende interesten te bepalen op 1%, wat ongeveer neerkomt op de rente die op korte termijn kan verkregen worden met eenvoudige bankproducten.”
Waarom dit vonnis?
Het aanbod “IT 2020 + x %” komt in het corpus vaker terug, bij verzekeraars en in Antwerpen. Dit vonnis is het scherpste tegenargument: de verdrievoudiging is een vergelijking met een bevroren bedrag. Tegelijk toont het waar de verzekeraar wél terrein wint: in de rente. Het is één vonnis in een licht dossier, dus sterk als argument, geen bewijs van een lijn.
Bronnen
Uitgelicht vonnis
Pol. Oost-Vl. (afd. Sint-Niklaas) (3e k.) 13 maart 2026, AR 25A70, onuitg.
Hof van Cassatie
Cass. 14 september 2018, T.Verz. 2019, afl. 3, 347, aangehaald door Gent (1e k.) 27 maart 2025, nr. 2023/AR/541, onuitg.
Cass. 8 januari 2026, AR C.24.0486.N.
Hoven van beroep
Antwerpen (k. B2M) 29 april 2025, nr. 2024/AR/794, onuitg.
Antwerpen (k. C7) 30 september 2025, nr. 2024/BV/43, onuitg.
Gent (1e k.) 27 maart 2025, nr. 2023/AR/541, onuitg.
Gent (1e k.) 16 oktober 2025, nr. 2024/AR/1476, onuitg.
Gent (1e k.) 8 januari 2026, nr. 2024/AR/1551, onuitg.
Rechtbanken van eerste aanleg
Rb. Antwerpen (afd. Antwerpen) (k. AB8) 25 april 2025, AR 23/1629/A, onuitg.
Rb. Antwerpen (afd. Antwerpen) (k. AB6) 23 juni 2025, AR 24/4980/A, onuitg.
Corr. Leuven (k. C7) 6 maart 2025, AR 24L001017, onuitg.
Corr. Limburg (afd. Tongeren-Borgloon) (k. 8KPB) 28 januari 2026, AR 20T001012, onuitg.
Corr. Oost-Vl. (afd. Dendermonde) (k. D20) 3 februari 2025, AR 24D000248, onuitg.
Politierechtbanken
Pol. Antwerpen (afd. Antwerpen) (k. ANB16) 16 december 2025, AR 25A47, onuitg.
Pol. Antwerpen (afd. Turnhout) (5e k.) 3 maart 2025, AR 24T003722, onuitg.
Pol. Antwerpen (afd. Turnhout) (k. TUB3) 4 september 2025, AR 24A158, onuitg.
Pol. Leuven (4e k.) 3 februari 2026, AR 23A18, onuitg.
Pol. Limburg (afd. Beringen) 27 juni 2025, AR 24A57, onuitg.
Pol. Limburg (afd. Beringen) (5e k.) 15 december 2025, AR 18B002474, onuitg.
Pol. Oost-Vl. (afd. Gent) (10e k.) 27 februari 2025, AR 21A365, onuitg.
Pol. Oost-Vl. (afd. Gent) (9e k.) 31 maart 2026, AR 25A192, onuitg.
Pol. West-Vl. (afd. Brugge) 21 januari 2025, onuitg.
Pol. West-Vl. (afd. Brugge) (7e k.) 28 maart 2025, nr. 2025/2669, onuitg.
Pol. West-Vl. (afd. Ieper) 15 september 2025, AR 25I000524, onuitg.
Pol. West-Vl. (afd. Kortrijk) 2 juni 2025, nr. 2025/2784, onuitg.
Pol. West-Vl. (afd. Kortrijk) 20 mei 2026, AR 24A13414, onuitg.
Citeerwijze volgens Juridische verwijzingen en afkortingen (2015). De onuitgegeven uitspraken zijn geraadpleegd in de Solstice-databank. Pol. West-Vl. (afd. Kortrijk) 20 mei 2026 dateert het cassatiearrest C.24.0486.N op 22 januari 2026; het arrest is van 8 januari 2026.
ClaimBee · Analyse op basis van het Solstice-corpus, stand 6 oktober 2026.


